Advertentie
Aantal personages
Mannen: 1
Structuur
11 elkaar opvolgende scènes
Genre(s)
Drama
Ruimte
Auditorium
Tijd
Heden en van daaruit flashbacks naar verleden (onderzoeksperiode in Afrika en ontmoetingen die daarmee samengaan)
Synopsis
"Die siel van die mier" gaat over een oude professor die zijn laatste les geeft over zijn lievelingsonderwerp: termieten. Het wordt een les doorspekt met herinneringen, heimwee en emoties in een stuk over het verlangen naar orde.
C A K E
26 december 1962
Ze hadden cake mee, Jean en Aline. Gistermiddag. Ze kwamen voor
Kerstmis. Cake met chocolade. Jean had het van een uno-soldaat
kunnen kopen. Die gasten hebben alles. Hij wou niet zeggen hoeveel
hij betaald had, ik vermoed: wel vijf dollar.
Wij praatten in de living. Jean vertelde dat hij een stuk landbouwplastiek
over een heuvel had gespannen en dat er in nog geen twee
dagen tijd torentjes waren bijgekomen. Hij zou er een stuk over schrijven
voor de Bulletin agricole. Altijd vol plannen, Jean. Gisteren ook nog.
Terwijl we over het vak bezig waren, ging Aline in de keuken
koffie zetten. Ze kent het hier. Ze droeg een bloemetjesjurk. Haar haar
was opgestoken.
Het was dertig graden.
De cake was een beetje droog, maar lekker.
‘Genuine Carolina Chocolate Cake’ stond er op het pak.
Om halfvijf stonden ze op. Ze hadden nog anderhalf uur voor het
donker werd, misschien twee. Ik zei het nog tegen hen: zorg dat je
voor ’t donker thuis bent. Aline glimlachte en hield mijn arm vast.
‘Pour un célibataire, tu fais très paternel.’
Het rommelt, zei ik. Iedereen weet dat het rommelt. In Maduvu
waren er schoten geweest.
Ze namen niet de lift, maar de trap.Terwijl ik de kopjes naar de keuken
droeg, hoorde ik hun stemmen weergalmen in het trappenhuis.
De schoenen van Aline ook.
Op de salontafel lag het mes en de rest van de cake. Ik raapte ze
op en keek door het raam. De kever van Jean stond aan de overkant
van de avenue. Ik zag hen erheen lopen, arm in arm. Zij legde haar
hoofd op zijn schouder. Hij zei iets wat haar deed schaterlachen.
Zes jaar waren ze hier al. Na zijn doctoraat wou hij niet meer
terug, zei hij. Louvain, het Institut de zoologie, het leek allemaal zo ver.
Maar hier, die aarde en die ruimte en die nachten.
Hij hield haar deur open en liet haar instappen.Twee mannen naderden
van rechts. Hij liep om de auto. Geen uniform. Ze droegen geen
uniform. Ze liepen traag, niet gehaast. Een van hen, de langste, had een
geweer aan zijn schouder hangen. Ze riepen iets naar Jean. Hij stond
bij zijn portier. Ik zag dat hij met zijn hoofd schudde en de klink vasthield.
Ze lachten, kwamen naderbij. De kleinste zette een fles aan zijn
mond.Aline kon ik niet zien, maar ze moet zich omgedraaid hebben,
door de achterruit gekeken hebben.
Nu stonden ze naast hem. Ze wezen naar zijn sleutels. Jean schudde
opnieuw zijn hoofd. Geen sprake van. Een lift zou hij hen geven, dat
wist ik, hij deed het vaak genoeg. Maar zijn sleutels?
De kleine begon aan zijn mouw te trekken, Jean wrikte zich los.
De kleine zette de fles op het dak van de kever en greep hem met
beide handen vast. Aline stapte uit aan de passagierszijde. Jette-moi les
clés, moet ze geroepen hebben, want Jeans sleutelbos vloog over het
dak van de wagen. De kleine leek verbijsterd. Gaf een vuistslag aan
Jean, liet hem los en stapte naar zijn kameraad.
Ik wou dat het daar had opgehouden. Maar ik zag wat ik zag. En toen het
eenmaal gebeurd was, leek het alsof het niet anders had kunnen aflopen.
Hij sleurde het geweer van de schouder van de grote. Die strubbelde
tegen, wou niet afgeven, hield de schouderriem vast. De kleine klauwde
dan maar naar de trekker en greep. Hij vuurde.Vier, vijf keer.
Ongericht. Jean leek tegen de auto te leunen, even steun te zoeken,
maar gleed toen onderuit op de avenue.
Aline was alleen nog een mond, één langgerekte schreeuw. Ze liep
voorbij de motorkap en bukte bij de vlek die groeide op het hemd
van Jean.
Ze droeg een bloemetjesjurk.
Op het bolle dak van de oranje kever stond de fles een beetje
scheef. En lagen er sleutels.
Ik stond achter het raam. Met cake en een mes in mijn handen.
‘Genuine Carolina Chocolate Cake’. Aan het mes hingen strepen cake.
T R A G E S L A G E N
Daarna gingen we zwemmen bij Union Minière. Meestal op zaterdag.
Er kwamen veel Belgen. Iedereen wist wat er gebeurd was, maar men
liet ons gerust.
We zwommen samen, ik ging er altijd eerder uit. Naar de schaduw,
de kranten, een witte martini. Ik keek graag naar haar. Ze zwom goed.
Hele lengtes onder water. Haar bleekblauwe lichaam, dichtbij de
bodem. Dichtbij haar donkerblauwe schaduw. Daaronder: precies een
vangnet van licht.
Trage slagen, zei ze, dat is de truc. On se déplace doucement.
Ik keek er graag naar.
Haar ledematen: langzaam als gras.
Haar ademhaling: af en toe een trosje bellen.
Haar haar: zwijgend wier.
Als ze bovenkwam, proestte ze niet, ze snakte niet naar adem. Ze veegde
alleen het water uit haar ogen, het haar uit haar gezicht. En zwaaide
naar waar ik zat.